ECLI:NL:GHSHE:2011:BY8784
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- P.M.A. de Groot-van Dijken
- H.A.W. Vermeulen
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over beroepsfout advocaat en bewijs causaal verband bij voortzetting vennootschap
In deze civiele zaak staat centraal of HvG een beroepsfout heeft gemaakt door in hoger beroep niet het verweer te voeren dat geïntimeerde al vóór 31 december 1990 uit de vennootschap was getreden. Geïntimeerde stelt hierdoor schade te hebben geleden.
De vennootschap werd opgericht in 1981 en formeel vastgelegd in 1984. Na een auto-ongeluk in 1985 werd geïntimeerde volledig arbeidsongeschikt, maar formeel trad hij niet uit de vennootschap. Diverse vennoten overleden of zegden op, waarna de vennootschap feitelijk werd voortgezet zonder formele afwikkeling.
HvG voerde in de procedure niet het verweer dat geïntimeerde geen vennoot meer was, wat later als beroepsfout werd aangemerkt. Het hof oordeelt dat het verweer in hoger beroep wel gevoerd had kunnen worden en dat het nalaten daarvan een fout is. Het hof wijst een bewijsopdracht toe aan geïntimeerde om aan te tonen dat hij niet tot de voortzettende vennoten behoorde.
De zaak wordt terugverwezen naar de rechtbank voor verdere behandeling met inachtneming van het arrest. De proceskosten van het hoger beroep worden gecompenseerd.
Uitkomst: Het hof vernietigt het vonnis en draagt geïntimeerde op bewijs te leveren dat hij vóór 31 december 1990 uit de vennootschap is getreden.