ECLI:NL:GHSHE:2012:BV7442
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over werkgeversaansprakelijkheid en verjaring bij rugklachten werknemer
De zaak betreft een werknemer die sinds 1987 bij BAM werkzaam was en rugklachten ontwikkelde die hij toeschrijft aan arbeidsomstandigheden. Hij stelde BAM aansprakelijk voor het niet naleven van zorgverplichtingen, met name op grond van artikel 7:658 BW Pro. BAM voerde verjaring aan en betwistte het causaal verband tussen het werk en de klachten.
Het hof stelde vast dat de brief van 31 augustus 2004 waarin BAM aansprakelijk werd gesteld, de verjaring heeft gestuit. Verder oordeelde het hof dat de werknemer vóór 31 augustus 1999 niet met voldoende zekerheid bekend was met de blijvende aard van zijn klachten en de aansprakelijkheid van BAM, zodat de verjaringstermijn toen nog niet was begonnen.
Ten aanzien van het bewijs van het causaal verband bevestigde het hof dat de werknemer dit moet leveren. De kantonrechter had terecht geoordeeld dat BAM haar zorgplicht moet bewijzen als de werknemer het causaal verband aannemelijk maakt. Omdat er onduidelijkheid bestaat over de aard van de werkzaamheden en de mate van rugbelasting, wordt de zaak terugverwezen naar de rechtbank voor verdere bewijslevering.
Het hof verklaarde BAM niet-ontvankelijk in het principaal appel tegen een tussenvonnis, bekrachtigde het vonnis van 9 september 2009, en veroordeelde BAM in de proceskosten van het principaal appel. De proceskosten van het incidenteel appel werden gecompenseerd. Het arrest werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De verjaring is gestuit door de aansprakelijkstelling uit 2004, het causaal verband moet door de werknemer worden bewezen, en de zaak wordt terugverwezen voor verdere bewijslevering.