ECLI:NL:GHSHE:2012:BV9134
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen aanslag recht van overgang en toetsing aan vrijheid van kapitaalverkeer
Belanghebbende, wonende in België en enig erfgenaam van een in Duitsland woonachtige erflaatster, betwistte een aanslag recht van overgang over in Nederland gelegen onroerende zaken. De aanslag werd opgelegd naar waarde van ruim €7,6 miljoen, waarvan een deel onder de Natuurschoonwet viel. Na bezwaar en een ongegrond verklaard beroep bij de Rechtbank, stelde belanghebbende hoger beroep in bij het Hof.
Belanghebbendes gemachtigde verzocht op het laatste moment uitstel van de zitting wegens vakantie, wat door het Hof werd afgewezen. Het geschil spitste zich toe op de vraag of de heffing van het recht van overgang in strijd was met de vrijheid van kapitaalverkeer zoals neergelegd in het EG-verdrag (thans VWEU).
Het Hof overwoog dat de heffing van directe belastingen tot de bevoegdheid van lidstaten behoort en dat de heffing van het recht van overgang gebaseerd is op het zakelijke bronbeginsel, namelijk de ligging van bezittingen in Nederland. Dit is volgens vaste jurisprudentie niet onverenigbaar met het Europese recht. Ook politieke uitlatingen over mogelijke afschaffing van de heffing doen hieraan niet af. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de Rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aanslag recht van overgang bevestigd.