ECLI:NL:GHSHE:2012:BV9239
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep partneralimentatie bij samenwonen met gehuwde derde
Partijen zijn in 1992 gehuwd en gescheiden per beschikking van 30 december 2009, waarbij de man aan de vrouw partneralimentatie betaalde. De vrouw woont sinds begin 2010 in een affectieve, duurzame relatie met een gehuwde derde, met wie zij een gemeenschappelijke huishouding voert en wederzijdse verzorging heeft.
De man stelde dat hierdoor zijn alimentatieverplichting ex artikel 1:160 BW Pro is geëindigd en verzocht om beëindiging van de alimentatie en terugbetaling van onverschuldigde betalingen. De vrouw betwistte dit, maar het hof concludeerde dat de samenwoning en verzorging voldoen aan de criteria van artikel 1:160 BW Pro, ook al is de partner gehuwd.
Het hof oordeelde dat het huwelijk van de partner opzettelijk in stand is gehouden om de alimentatieverplichting te behouden, en dat de vrouw onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zij geen andere woonmogelijkheden had. De alimentatieverplichting eindigde derhalve op 1 mei 2010 en de vrouw moet onverschuldigde betalingen vanaf die datum terugbetalen met wettelijke rente.
De overige grieven van partijen werden niet behandeld omdat de hoofdvraag over de toepasselijkheid van artikel 1:160 BW Pro doorslaggevend was. Proceskosten werden gecompenseerd.
Uitkomst: De alimentatieverplichting van de man eindigt per 1 mei 2010 en de vrouw moet onverschuldigde betalingen terugbetalen met wettelijke rente.