ECLI:NL:GHSHE:2012:BV9632
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- P.C. van der Vegt
- P.J.M. Bongaarts
- W.E.M. van Nispen tot Sevenaer
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake vrijstelling BPM en normale verblijfplaats in het Verenigd Koninkrijk
Belanghebbende verhuisde op 26 juni 2008 naar het Verenigd Koninkrijk en keerde op 19 augustus 2009 terug naar Nederland. Hij vroeg vrijstelling van BPM aan voor een in Nederland geleverde auto, gebaseerd op zijn verblijf in het VK. Het geschil betrof de vraag of zijn normale verblijfplaats in die periode in het VK was gelegen.
Het Hof stelde vast dat belanghebbende onvoldoende feiten had gesteld om aannemelijk te maken dat zijn permanente centrum van belangen in het VK lag. Hoewel hij een cursus en deels een opleiding volgde, en een sociaal netwerk had opgebouwd, was dit onvoldoende om zijn verblijfplaats te verplaatsen. Ook het vermeende baanaanbod en de aanschaf van een dure auto werden niet aannemelijk geacht.
De Inspecteur betwistte de intentie tot langdurig verblijf en wees op de nauwe persoonlijke en financiële banden met Nederland, waaronder frequente bezoeken en afhankelijkheid van ouders. Het Hof oordeelde dat de omstandigheden wezen op een tijdelijk verblijf voor studie, waardoor de BPM-vrijstelling niet van toepassing was.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de Rechtbank bevestigd. Het griffierecht werd niet teruggegeven en proceskosten werden niet toegewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de BPM-vrijstelling wordt geweigerd omdat de normale verblijfplaats niet in het Verenigd Koninkrijk lag.