ECLI:NL:RBBRE:2011:BQ7086
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.M. de Werd
- C.A.F.M. Stassen
- R.W. Otto
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verhuisboedelvrijstelling BPM wegens ontbreken verlegging normale verblijfplaats
Belanghebbende is in 2008 naar het Verenigd Koninkrijk verhuisd en heeft daar een Aston Martin DB9 Volente gekocht die tijdens zijn verblijf in het VK is geleverd. Bij terugkeer in Nederland in 2009 heeft hij een verzoek ingediend tot vrijstelling van BPM op grond van de verhuisboedelvrijstelling.
De rechtbank stelt vast dat belanghebbende niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij zijn normale verblijfplaats heeft verlegd van Nederland naar het Verenigd Koninkrijk. Hij verbleef in het VK voornamelijk om een cursus Business English te volgen en een deel van een opleiding aan de European Business School te volgen. Zijn persoonlijke bindingen bleven in Nederland, waar hij na terugkeer weer bij zijn ouders ging wonen en gedurende het verblijf in het VK financieel door hen werd onderhouden.
Op grond van artikel 4 van Pro de Verordening (EEG) nr. 918/83 dient de normale verblijfplaats ten minste twaalf opeenvolgende maanden buiten het douanegebied van de Gemeenschap te zijn geweest om voor de verhuisboedelvrijstelling in aanmerking te komen. Dit is niet het geval omdat belanghebbende geen beroepsmatige bindingen in het VK had en zijn verblijf aldaar hoofdzakelijk educatief was.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep op de verhuisboedelvrijstelling BPM wordt afgewezen omdat de normale verblijfplaats niet is verlegd.