ECLI:NL:GHSHE:2012:BW0293
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- C.E.L.M. Smeenk-van der Weijden
- E.A.G.M. Waaijers
- R.R.M. de Moor
- Rechtspraak.nl
Omvang arbeidsovereenkomst, ontslag op staande voet en relatiebeding in tandartspraktijk
In deze civiele zaak staat de omvang van de arbeidsovereenkomst tussen een tandarts en een maatschap centraal, evenals de rechtmatigheid van een ontslag op staande voet en de toepassing van een relatiebeding.
De arbeidsovereenkomst betrof aanvankelijk een bepaalde tijd en werd stilzwijgend voortgezet. De werkneemster behandelde zowel Nederlandse als Belgische patiënten, waarbij het geschil ontstond over de vraag of de behandeling van Belgische patiënten onder de arbeidsovereenkomst viel. Het hof oordeelde dat dit niet het geval was, omdat de Belgische patiënten buiten de arbeidsovereenkomst vielen en de werkneemster deze patiënten zelfstandig behandelde en zelf de honoraria incasseerde.
De maatschap had de werkneemster op staande voet ontslagen wegens vermeende frauduleuze handelingen en wanprestatie, waaronder het niet juist registreren en afrekenen van behandelingen. Het hof bevestigde dat het ontslag onverwijld was gegeven en dat de wanprestatie een dringende reden vormde voor ontslag. De werkneemster werd veroordeeld tot betaling van een gefixeerde schadevergoeding aan de maatschap.
Verder werd vastgesteld dat de werkneemster recht had op achterstallig garantieloon en uitbetaling van vakantiedagen en vakantiebijslag, terwijl een vordering tot doorbetaling van loon tijdens ziekte werd afgewezen wegens onvoldoende bewijs. Het relatiebeding werd verworpen voor Belgische patiënten en was bovendien verlopen. De proceskosten werden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Het hof vernietigt het vonnis en veroordeelt de maatschap tot betaling van achterstallig loon en vakantiedagen en de werkneemster tot betaling van schadevergoeding wegens wanprestatie.