ECLI:NL:GHSHE:2012:BW1088
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- P.A.G.M. Cools
- M. van Dun
- A.C. van Leijenhorst
- Rechtspraak.nl
Bevestiging belastingheffing over bedrag ter verrekening van lijfrente na echtscheiding
Belanghebbende ontving na ontbinding van haar huwelijk een bedrag van € 8.718 ter verrekening van de waarde van lijfrenteverzekeringen die aan haar ex-echtgenoot waren toegedeeld. De Inspecteur legde hierover een navorderingsaanslag op, die belanghebbende betwistte. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en veroordeelde de Inspecteur in de proceskosten.
In hoger beroep bevestigde het hof dat het ontvangen bedrag, ondanks de stelling van belanghebbende, terecht is belast op grond van artikel 3.102, lid 3, onderdeel b, van de Wet IB 2001. Het hof oordeelde dat deze bepaling niet vereist dat het bedrag onderdeel is van een reeks uitkeringen, maar dat het ontvangen bedrag in het kader van echtscheiding ter verrekening van fiscaal gefacilieerde lijfrenten behoort tot het belastbaar inkomen.
Belanghebbendes beroep op het gelijkheidsbeginsel werd verworpen omdat niet aannemelijk was gemaakt dat in vergelijkbare gevallen belastingheffing achterwege blijft. Ook werd het beroep op onbelastheid van de heffingsrente afgewezen, omdat daartegen geen grieven waren ingebracht. Het hof verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de navorderingsaanslag wordt bevestigd.