ECLI:NL:GHSHE:2012:BW1103
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling fiscale gevolgen van arbeidsongeschiktheidsuitkering en levensloopregeling
Belanghebbende, directeur en aandeelhouder van A BV, was arbeidsongeschikt verklaard en ontving een uitkering van verzekeraar C. Deze uitkering werd vanaf 2006 rechtstreeks aan A BV uitbetaald, waarna A BV het volledige afgesproken bedrag aan belanghebbende betaalde. Het geschil betrof of belanghebbende de C-uitkering had genoten en of de afdracht aan A BV negatief loon vormde.
Het hof oordeelde dat belanghebbende zijn recht op de uitkering niet had prijsgegeven, omdat hij niet had voldaan aan de voorwaarden voor cessie. De uitkering werd derhalve geacht door hem te zijn genoten, ondanks dat de betaling aan A BV plaatsvond. De afdracht aan A BV werd aangemerkt als negatief loon, maar dit leidde niet tot vermindering van de aanslag, omdat het bedrag niet als bijdrage voor de levensloopregeling kon worden beschouwd.
Belanghebbendes beroep op vertrouwen in correspondentie met de belastingdienst werd verworpen, aangezien die correspondentie niet ging over de civielrechtelijke kwalificatie of de fiscale behandeling van de uitkering voor de inkomstenbelasting. Het hof verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: Het hof verklaart het hoger beroep ongegrond en bevestigt de aanslagverhoging met betrekking tot de arbeidsongeschiktheidsuitkering.