ECLI:NL:GHSHE:2012:BW1754
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek schuldsaneringsregeling wegens onvoldoende aannemelijkheid betalingsonmacht
Appellanten, een echtpaar, verzochten de rechtbank om toepassing van de schuldsaneringsregeling vanwege hun schuldenlast van ruim €21.000. De rechtbank wees dit verzoek af omdat niet aannemelijk was dat zij te goeder trouw waren geweest met betrekking tot het onbetaald laten van schulden in de vijf jaar voorafgaand aan het verzoek.
In hoger beroep stelde het hof vast dat appellanten een gezamenlijk inkomen van circa €2.000 per maand hebben, met vaste lasten van ongeveer €1.308. Hierdoor resteert een maandelijkse afloscapaciteit van circa €755. Dit bedrag is voldoende om binnen korte tijd een van de schulden af te lossen en binnen enkele jaren schuldenvrij te zijn.
Het hof concludeerde dat appellanten onvoldoende aannemelijk hebben gemaakt dat zij niet kunnen voortgaan met het betalen van hun schulden, zoals vereist in artikel 288 lid 1 sub a van Pro de Faillissementswet. Daarom werd het vonnis van de rechtbank bekrachtigd en het verzoek tot schuldsanering afgewezen.
De mondelinge behandeling vond plaats op 2 april 2012, waarbij één appellant werd gehoord en de ander niet aanwezig was vanwege haar eerste werkdag. Het hof oordeelde dat appellanten financieel in staat zijn hun schulden af te lossen en dat zij op de goede weg zijn om dit zelfstandig te doen.
Uitkomst: Het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling is afgewezen wegens onvoldoende aannemelijkheid dat appellanten niet kunnen voortgaan met het betalen van hun schulden.