ECLI:NL:GHSHE:2012:BW2241
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- J.W.J. Huige
- P.A.M. Pijnenburg
- L.M. Brouwer-Harten
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake terugvordering ten onrechte verleende algemene heffingskorting en toepassing gelijkheidsbeginsel
Belanghebbende ontving in 2005 een voorlopige teruggaaf van de algemene heffingskorting van € 1.894, waarvan uiteindelijk slechts € 255 rechtmatig bleek. De inspecteur vorderde het teveel terug via een aanslag van € 1.639 plus heffingsrente. Belanghebbende stelde dat het gelijkheidsbeginsel zich verzet tegen deze terugvordering, omdat in andere vergelijkbare gevallen ten onrechte verleende heffingskortingen niet werden teruggenomen.
Het hof oordeelde dat het onderscheid tussen teruggaaf op verzoek van de belastingplichtige en teruggaaf op eigen initiatief van de Belastingdienst relevant is, waardoor niet alle gevallen als gelijk kunnen worden beschouwd. De inspecteur kon geen concrete gelijke gevallen aandragen waarin de terugvordering wel had plaatsgevonden, mede doordat het automatiseringssysteem dit niet toeliet.
Daarmee slaagde het beroep van belanghebbende op het gelijkheidsbeginsel op grond van de meerderheidsregel. Het hof vernietigde de uitspraak van de rechtbank en de uitspraak op bezwaar voor zover het de aanslag betrof, en stelde de aanslag vast op nihil. Het verzoek om immateriële schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn werd afgewezen, omdat de overschrijding in hoger beroep werd gecompenseerd door een voortvarende eerdere fase.
Het hof veroordeelde de Staat tot vergoeding van het griffierecht en de inspecteur tot betaling van proceskosten aan belanghebbende.
Uitkomst: De aanslag inkomstenbelasting wordt verminderd tot nihil vanwege het slagen van het beroep op het gelijkheidsbeginsel.