ECLI:NL:GHSHE:2012:BW8401
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- H.A.W. Vermeulen
- L.R. Harinxma thoe Slooten
- Th. Groenewald
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over dekking arbeidsongeschiktheid bij Hand-Arm-Vibratie-syndroom onder polisvoorwaarden
Appellant heeft een arbeidsongeschiktheidsverzekering bij Interpolis (later Achmea) gesloten en meldde zich arbeidsongeschikt wegens klachten passend bij het Hand-Arm-Vibratie-syndroom (HAV-syndroom). De verzekeraar erkende aanvankelijk een arbeidsongeschiktheidspercentage van 80%, terwijl appellant 100% vorderde. De rechtbank wees de vorderingen af, mede omdat het HAV-syndroom niet objectief medisch vast te stellen zou zijn volgens de benoemde neuroloog.
In hoger beroep staat centraal of het HAV-syndroom onder de dekking van artikel 6 van Pro de polisvoorwaarden valt, dat vereist dat er objectief medisch vast te stellen stoornissen zijn. Het hof oordeelt dat ook bij afwezigheid van een objectieve neurologische diagnose, een herkenbaar en benoembaar ziektebeeld zoals het HAV-syndroom kan voldoen aan deze eis, mede omdat het syndroom als beroepsziekte erkend is en classificatienormen kent.
Het hof stelt vast dat de door de rechtbank benoemde deskundige onvoldoende bekend was met het HAV-syndroom, waardoor diens rapport onvoldoende betrouwbaar is. Daarom beveelt het hof de benoeming van een nieuwe neuroloog met affiniteit voor het HAV-syndroom aan, die een disclosure statement moet invullen om transparantie over zijn standpunten te waarborgen.
De zaak wordt aangehouden om partijen gelegenheid te geven zich uit te laten over de deskundige en de vragenlijst. De verdere beoordeling wordt opgeschort totdat de nieuwe expertise is afgerond.
Uitkomst: Het hof beveelt een nieuw deskundigenonderzoek door een neuroloog met affiniteit voor het HAV-syndroom en houdt de zaak aan.