ECLI:NL:GHSHE:2012:BW9021
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- P.C. van der Vegt
- P.J.M. Bongaarts
- W.E.M. van Nispen tot Sevenaer
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen navorderingsaanslag en heffingsrente in inkomstenbelasting 2006
Belanghebbende heeft in zijn aangifte IB/PVV over 2006 ten onrechte tweemaal hetzelfde bedrag aan loonheffing als verrekenbare voorheffing opgegeven. De voorlopige en definitieve aanslagen zijn conform deze fout opgelegd, waardoor tweemaal het bedrag werd verrekend. De Inspecteur legde vervolgens een navorderingsaanslag op met het juiste bedrag en bracht heffingsrente in rekening.
Het geschil betrof de rechtmatigheid van de navorderingsaanslag en de hoogte van de heffingsrente. Het hof oordeelde dat de Inspecteur bevoegd was de navorderingsaanslag op te leggen conform artikel 16 lid 2 AWR Pro, en dat er geen schending van het vertrouwensbeginsel was omdat de fout duidelijk was voor de gemachtigde belastingadviseur.
Wel werd geoordeeld dat de heffingsrente over het tijdvak tussen de definitieve aanslag en de navorderingsaanslag onterecht was, omdat de Inspecteur niet zorgvuldig genoeg had gehandeld bij het opleggen van de definitieve aanslag. Daarom werd de heffingsrente verminderd tot het tijdvak vanaf 1 juli 2007 tot de dagtekening van de definitieve aanslag.
Daarnaast werd de Inspecteur veroordeeld in de proceskosten van belanghebbende en werd het door belanghebbende betaalde griffierecht vergoed. Het hoger beroep werd gegrond verklaard, de uitspraak van de Rechtbank vernietigd voor zover deze de heffingsrente betrof, en de navorderingsaanslag bevestigd.
Uitkomst: De navorderingsaanslag wordt bevestigd, maar de beschikking inzake heffingsrente wordt verminderd wegens schending van het zorgvuldigheidsbeginsel.