ECLI:NL:GHSHE:2012:BX9223
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Th.A. Pouw
- L.Th.L.G. Pellis
- O.G.H. Milar
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake tussentijdse beëindiging schuldsaneringsregeling en status schuldeiser broer
Appellant is in eerste aanleg toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling. De broer van appellant verzocht tussentijdse beëindiging van deze regeling op grond van artikel 350 lid 1 Faillissementswet Pro, stellende schuldeiser te zijn vanwege een vordering uit de nalatenschap van hun ouders.
De rechtbank beëindigde de regeling op dit verzoek, omdat appellant een schenking van € 30.000,- van zijn moeder niet had aangewend voor schuldaflossing, wat schuldeisers zou benadelen. Appellant ging hiertegen in hoger beroep.
Het hof oordeelt dat onvoldoende is komen vast te staan dat de broer van appellant daadwerkelijk een vordering op appellant heeft. Er ontbreken notariële verklaringen, bankafschriften en andere bewijsstukken die de claim ondersteunen. De enkele brief van een advocaat en een berekening van de legitieme portie zijn onvoldoende.
Daarom kan de broer niet als schuldeiser worden aangemerkt en is hij niet ontvankelijk in zijn verzoek tot beëindiging van de schuldsaneringsregeling. Het hof vernietigt het vonnis van de rechtbank en handhaaft de schuldsaneringsregeling voor appellant.
Uitkomst: De broer van appellant is niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoek tot tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling wegens onvoldoende bewijs van schuldeiserschap.