ECLI:NL:GHSHE:2012:BY0803
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- J.Th.Begheyn
- C.W.T. Vriezen
- B.E.L.J.C. Verbunt
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over dwaling bij financieringsaanbod bank en bewijsopdracht
In deze civiele zaak staat de vraag centraal of Van Lanschot Bankiers bij het aanbieden van een hypothecaire geldlening aan appellanten heeft gehandeld als een verantwoord kredietverlener, en of sprake is van dwaling door appellanten. Appellanten hebben een lening afgesloten voor de aankoop van onroerend goed, waarbij de bank een fictief inkomen van ƒ 50.000 van een van hen heeft meegenomen in de beoordeling, terwijl dit volgens appellanten niet had mogen gebeuren.
De rechtbank wees de vorderingen van appellanten af, stellende dat het vrij besteedbaar inkomen boven de norm bleef en dat de bank haar zorgplicht had nageleefd. Appellanten voerden in hoger beroep aan dat zij door onjuiste informatie en het niet naleven van afspraken door de bank hebben gedwaald, onder meer over het rendement en de hoogte van de lening.
Het hof oordeelt dat het beroep op dwaling niet door de rechtbank is beoordeeld en dat dit losstaat van de vraag of de bank als verantwoord kredietverlener heeft gehandeld. Het hof laat appellanten toe bewijs te leveren dat de bank het inkomen van appellante sub 1 heeft meegeteld, wat in strijd zou zijn met gemaakte afspraken. Andere grieven worden aangehouden totdat over dit bewijs is beslist. Het hof wijst op het bijzondere karakter van de financieringsconstructie en dat de interne regels van de bank niet doorslaggevend zijn.
De zaak wordt verwezen naar een rolzitting voor het regelen van getuigenverhoren onder leiding van een raadsheer-commissaris. Het arrest is gewezen door drie rechters en op 16 oktober 2012 uitgesproken.
Uitkomst: Het hof staat toe dat appellanten bewijs leveren over het vermeende meenemen van inkomen door de bank en houdt verdere beslissing aan.