ECLI:NL:GHSHE:2012:BY6154
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging WOZ-waardering ondanks betwisting taxatierapport en gelijkheidsbeginsel
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de WOZ-waardering van zijn woning per 1 januari 2009, die de heffingsambtenaar had vastgesteld voor het belastingjaar 2010. Hij overlegde een taxatierapport dat uitging van een onjuiste waardepeildatum en onvoldoende inzicht gaf in de waarderingsmethode. Het gerechtshof oordeelde dat de bewijslast bij de heffingsambtenaar ligt en dat diens onderbouwing van de waarde voldoende is.
Het hof benadrukte dat belanghebbende de waarde op elke gewenste wijze kan aantonen, maar dat een taxatierapport zonder transparantie in de waardebepaling weinig bewijskracht heeft. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde omdat het verschil in waarde tussen vergelijkbare panden verklaarbaar was door marginale verschillen.
Verder wees het hof de klacht af dat de waardestijging van de woning niet in lijn zou zijn met de marktontwikkeling. De WOZ-waarde wordt immers per peildatum vastgesteld op basis van concrete transacties en kan afwijken van algemene markttrends. Ook de beschuldiging dat de grondwaarden onjuist en niet inzichtelijk zouden zijn vastgesteld, werd door het hof gemotiveerd verworpen.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen vergoeding van griffierecht toegekend en geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de WOZ-waarde van de woning bevestigd.