Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Beslissing
2.Gronden
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de WOZ-waarde van zijn woning, vastgesteld op €688.000 per 1 januari 2013, voor het kalenderjaar 2014. Hij stelde dat de waarde te hoog was en bepleitte een waarde van €525.000. De heffingsambtenaar handhaafde de waarde en overlegde een taxatierapport met een waarde van €698.000, gebaseerd op vergelijkingsobjecten in dezelfde wijk.
De rechtbank oordeelde dat het best vergelijkbare object was verkocht voor €694.500 en dat de vastgestelde waarde van de woning lager was dan deze verkoopprijs, wat de redelijkheid van de WOZ-waarde ondersteunt. De inhoud en voorzieningen van de woning rechtvaardigen bovendien een hogere waarde dan het vergelijkingsobject.
Hoewel de WOZ-waarde een stijging van bijna 25% vertoonde ten opzichte van het voorgaande jaar, achtte de rechtbank dit niet doorslaggevend. De waarde van voorgaande jaren kan slechts licht werpen op de huidige waarde, zeker als de gebruikte vergelijkingsobjecten verschillen in ligging en kwaliteit. De heffingsambtenaar heeft aannemelijk gemaakt dat de huidige waarde correct is vastgesteld.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de WOZ-waarde van €688.000 is ongegrond verklaard en de waarde is bevestigd.