Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
5 Het tussenarrest van 8 mei 2012
6 Het verdere verloop van de procedure
7.De gronden van het hoger beroep
8.De verdere beoordeling
.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Appellant was sinds 1999 in dienst bij ICT B.V. als Senior Business Consultant. ICT B.V. vroeg in januari 2011 toestemming aan het UWV om de arbeidsovereenkomst wegens bedrijfseconomische redenen op te zeggen. Appellant maakte bezwaar en startte een procedure wegens kennelijk onredelijk ontslag.
De rechtbank wees de vorderingen van appellant af, waarna hij in hoger beroep ging. Appellant voerde aan dat de bedrijfseconomische redenen onvoldoende waren onderbouwd, dat ICT B.V. onvoldoende had gedaan aan herplaatsing en scholing, en dat het ontslag in strijd was met goed werkgeverschap. ICT B.V. stelde dat de financiële situatie slecht was met negatieve resultaten en dat herplaatsing niet mogelijk was.
Het hof verwierp het verweer van ICT B.V. dat appellant niet-ontvankelijk was en oordeelde dat ICT B.V. onvoldoende definitieve financiële gegevens had overgelegd. Daarom werd de zaak aangehouden om ICT B.V. in de gelegenheid te stellen deze gegevens te overleggen, waarna appellant hierop mag reageren. Het ontslag werd niet als kennelijk onredelijk beoordeeld, maar verdere beslissing werd aangehouden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de zaak aangehouden voor nadere financiële gegevens van ICT B.V.