ECLI:NL:GHSHE:2013:2622
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- P.C. van der Vegt
- P.A.G.M. Cools
- J.A. Meijer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot herziening uitspraak over waardering verhuurde onroerende zaken in box 3
Belanghebbende, die onroerende zaken verhuurt, verzocht het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch om herziening van drie uitspraken met betrekking tot de waardering van deze zaken in box 3 van de inkomstenbelasting. Hij stelde dat hem niet bekend was dat per 1 januari 2001 geen andere waardebepaling was ingevoerd dan onder de Wet op de vermogensbelasting 1964 en dat de Inspecteur het Hof had misleid door het niet melden van bepaalde besluiten van de Staatssecretaris van Financiën. Tevens voerde hij aan dat de Inspecteur een ander, gunstiger beleid voerde ten aanzien van andere belastingplichtigen.
Het Hof oordeelde dat verzoeker redelijkerwijs bekend had kunnen zijn met de waarderingsgrondslag, en dat de genoemde besluiten niets wezenlijks toevoegden. Ook was de vermeende discrepantie tussen de stellingen van de Inspecteur en het oordeel van de Rechtbank voor verzoeker bekend of redelijkerwijs bekend had kunnen zijn. Daarnaast waren de gevallen van andere belastingplichtigen niet vergelijkbaar, omdat daar sprake was van lopende procedures en procesrisico’s die de Inspecteur afkocht.
Het verzoek tot herziening werd daarom afgewezen, waarbij het Hof geen aanleiding zag tot het opleggen van proceskosten. De uitspraak werd op 27 juni 2013 in het openbaar gedaan door het Hof, met vermelding van de mogelijkheid tot cassatie bij de Hoge Raad binnen zes weken na verzending.
Uitkomst: Het verzoek tot herziening van de uitspraak over de waardering van verhuurde onroerende zaken in box 3 wordt afgewezen.