Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg (zaaknr. 577396 / 7551-08)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep;
- de memorie van grieven met producties;
- de memorie van antwoord .
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
In deze civiele zaak betreft het geschil de effectenlease-overeenkomsten die [erflater] in 2000 met Dexia sloot, zonder medeondertekening van zijn echtgenote. Dexia bood in 2003 het Dexia Aanbod aan, een vaststellingsovereenkomst over de afwikkeling van eventuele restschulden, die [erflater] alleen ondertekende. De echtgenote stelde zich in 2007 op het standpunt dat zij bevoegd was tot vernietiging van de effectenlease-overeenkomsten wegens het ontbreken van haar schriftelijke toestemming.
De rechtbank wees de vorderingen van Dexia (later overgenomen door Varde) tot betaling van restschuld af, omdat de echtgenote tijdig de vernietigbaarheid had ingeroepen en de effectenlease-overeenkomsten als huurkoop kwalificeren, waarvoor toestemming vereist is. Het hof bevestigt dat de vaststellingsovereenkomst niet het toestemmingsvereiste van artikel 1:88 BW Pro raakt en dat de echtgenote bevoegd bleef tot vernietiging. De echtgenote en [erflater] zijn beiden gerechtigden onder de WCAM-overeenkomst, maar hebben zich tijdig onttrokken aan de verbindendverklaring.
De kernvraag is of de vordering tot vernietiging was verjaard. Varde stelde dat de echtgenote al in 2003 bekend was met de overeenkomsten, onder meer door een telefoongesprek. Het hof stelt Varde in de gelegenheid om een transcript van dit gesprek te overleggen ter onderbouwing. De zaak wordt aangehouden voor nadere bewijslevering en reactie van partijen.
Uitkomst: Varde wordt niet-ontvankelijk verklaard voor het hoger beroep tegen het tussenvonnis en de zaak wordt aangehouden voor nadere bewijslevering.