Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg (zaaknr./rolnr. 482109/12-6082)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep met daarin één grief en met producties;
- het tegen Woonpunt verleende verstek.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Appellante was in eerste aanleg bij verstek veroordeeld in een huurgeschil waarbij Woonpunt de huurovereenkomst had ontbonden wegens huurachterstand en ontruiming vorderde. Hoewel een mede-gedaagde wel was verschenen, waardoor sprake was van een vonnis op tegenspraak, stelde appellante dat zij niet tijdig hoger beroep had ingesteld wegens onbekendheid met de procedure en taalbarrière.
Het hof oordeelde dat appellante het vonnis op 8 januari 2013 persoonlijk was betekend en dat de reguliere appeltermijn tot 24 januari 2013 liep. Appellante had dus ruim veertien dagen na betekening om te beslissen over hoger beroep. Haar argument dat de termijn verlengd moest worden wegens onbekendheid en taalproblemen werd verworpen omdat zij binnen die termijn contact had gezocht met juridische hulp maar toch niet tijdig hoger beroep instelde.
Het hof concludeerde dat er geen bijzondere omstandigheden waren die een verlenging van de appeltermijn rechtvaardigden. Daarom werd appellante niet-ontvankelijk verklaard in hoger beroep en veroordeeld in de proceskosten, die nihil werden gesteld omdat Woonpunt niet was verschenen.
Uitkomst: Appellante wordt niet-ontvankelijk verklaard in hoger beroep wegens overschrijding van de appeltermijn.