Conclusie
2.Bespreking van het cassatiemiddel
onderdeel 4wordt in dat verband nog gesteld dat het hof [eiser] ontvankelijk had dienen te verklaren omdat hij na de betekening van het vonnis overeenkomstig art. 47 Rv Pro. voldoende voortvarend – namelijk binnen vier weken – hoger beroep heeft ingesteld.
LJNAA4936,
NJ2000/509, en met betrekking tot de termijn van hoger beroep in geval van een ‘apparaatsfout’ HR 28 november 2003,
LJNAN8489,
NJ2005/465). Dit brengt mee dat mede op grond van art. 6 EVRM Pro moet worden aangenomen dat in gevallen als het onderhavige de termijn voor hoger beroep tegen de desbetreffende rolbeslissing, indien deze termijn is verstreken op het moment dat de curator daarvan kennis neemt of redelijkerwijs heeft kunnen kennisnemen, met veertien dagen wordt verlengd ingaande op de dag na die waarop de curator van die beslissing kennis heeft genomen of redelijkerwijs heeft kunnen kennisnemen.”