Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnr. 833783/ 12-2255)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep;
- het tegen [geïntimeerde] verleende verstek;
- de memorie van grieven met producties;
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
De zaak betreft een arbeidsgeschil tussen een pedagogisch medewerker en haar werkgever Kinderopvang JIJ over de gevolgen van de vernietiging van een beëindigingsovereenkomst wegens dwaling. De werkneemster had zich op grond van die overeenkomst niet bereid verklaard arbeid te verrichten, maar stelde toch recht te hebben op loondoorbetaling.
De arbeidsovereenkomst liep van 1 oktober 2011 tot 26 juni 2012 met een contractueel minimum van 18 en maximum van 28 uren per week. In december 2011 werd een beëindigingsovereenkomst gesloten met een vergoeding die gelijk stond aan twee maanden loon, maar de werkneemster riep de vernietiging daarvan in wegens onjuiste informatie over de WW-uitkering. De werkgever erkende de dwaling pas op 14 maart 2012.
De kantonrechter wees de loonvordering over januari en februari 2012 af omdat de werkneemster zich niet bereid had verklaard te werken, en stelde de loonvordering vanaf 15 maart 2012 wel toe, maar alleen over 18 uren per week. Het hof oordeelde dat ondanks het ontbreken van expliciete bereidheid, de werkneemster recht heeft op loon over de gehele periode vanaf 1 januari 2012 omdat de dwaling en de terugloop van het kinderaantal voor rekening van de werkgever komen.
Verder bevestigde het hof dat de arbeidsduur niet automatisch wordt vastgesteld op de feitelijke uren uit de voorgaande drie maanden, maar dat het contractuele minimum leidend is gezien de flexibele arbeidsduur en de omstandigheden. Het hof vernietigde het vonnis voor zover het loon over januari en februari was afgewezen en matiging van de wettelijke verhoging, en veroordeelde de werkgever tot betaling van het loon over de gehele periode met wettelijke rente en een wettelijke verhoging.
Uitkomst: Werkneemster krijgt loon over 1 januari tot 26 juni 2012 met wettelijke verhoging en rente; werkgever wordt veroordeeld tot betaling en proceskosten.