Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnr. 303890/CV EXPL 11-1828)
2.Het geding in hoger beroep
3.De gronden van het hoger beroep
4.De beoordeling
feitelijkhet woonadres/verblijfadres van [appellante] was. De verklaringen van [appellante] en haar moeder dat het appartementje na 30 september 2008 eerst nog opgeknapt moest worden zijn niet door AVL betwist. Aan de hand van de door [appellante] in eerste aanleg overgelegde factuur van Maxwell met vermelding van leverdatum en handtekening van de chauffeur voor ontvangst van betaling, stelt het hof vast dat op 22 oktober 2008 een wasmachine, een droger, een fornuis, een magnetron en een koelkast op het adres [pand 1.] in [woonplaats A.] zijn bezorgd. Op grond van de genoemde verklaringen en genoemde factuur staat voldoende vast dat [appellante] daarvóór feitelijk nog niet op dat adres woonde. [appellante] woonde dus ten tijde van het ongeval op 21 oktober 2008 feitelijk nog bij haar vader op de [pand 2.] in [woonplaats B.]. Niet relevant is of AVL dat wist.