In deze civiele zaak staat een exclusieve afnameovereenkomst tussen een varkensbedrijf en visverwerkende partijen centraal. De appellanten, de gebroeders, voeren hoger beroep tegen een vonnis van de rechtbank Roermond dat diverse vorderingen betrof, waaronder boetes wegens niet-naleving van afnameverplichtingen en schending van exclusiviteit.
Het hof stelt vast dat [geïntimeerden] haar leveringsplicht niet is nagekomen, wat leidde tot een verstoring van de handelsrelatie en het betrekken van vis door Nevisma van derden. De rechtbank had boetes toegewezen, maar het hof oordeelt dat de boetes buitensporig zijn en matigt deze tot nihil. Tevens wijst het hof de vorderingen in reconventie af, omdat de schadevergoeding aan [appellant 1] persoonlijk niet toekomt.
De wijziging van de eis door [geïntimeerden] wordt toegestaan, aangezien de appellanten zich hierover hebben kunnen uitlaten. De kosten van het geding in eerste aanleg worden verdeeld over partijen, terwijl de kosten van het hoger beroep worden gecompenseerd. Het arrest is uitvoerbaar bij voorraad.