ECLI:NL:GHSHE:2013:BZ3454
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Gelijk loon man/vrouw en inschaling bij werkgever Trajekt
Deze civiele procedure betreft een geschil over gelijke beloning tussen een vrouwelijke werknemer ([appellante]) en een mannelijke collega (de maatman) bij Stichting Trajekt. Het hof bevestigt het vermoeden van verboden onderscheid op grond van geslacht zoals bedoeld in artikel 7:646 BW Pro, waarbij de werkgever de bewijslast draagt om aan te tonen dat het loonverschil objectief gerechtvaardigd is.
Trajekt heeft aangevoerd dat de maatman vanwege zijn relevante werkervaring en het feit dat hij minder uren ging werken bij indiensttreding recht had op een hogere inschaling. Het hof oordeelt echter dat Trajekt onvoldoende feiten en onderbouwing heeft gegeven om dit te staven, onder meer omdat niet duidelijk is waarom de werkervaring van de maatman relevanter zou zijn en waarom het aantal uren een rechtvaardiging vormt voor het hogere loon.
Het hof stelt vast dat het recht op gelijke beloning pas ontstaat vanaf het moment dat de maatman een hoger loon kreeg dan [appellante], namelijk vanaf 1 juni 2001. De vorderingen worden daarom beperkt tot die periode. Tevens matigt het hof de wettelijke verhoging wegens vertraging in het indienen van de klacht tot 25%, maar wijst de wettelijke rente volledig toe.
Daarnaast wordt toegewezen een vergoeding van €500,- voor kosten gemaakt bij de Commissie Gelijke Behandeling, omdat deze kosten redelijk worden geacht ter vaststelling van de aansprakelijkheid. De zaak wordt verwezen naar de rol voor nadere stukken van [appellante] over de vorderingen en Trajekt krijgt gelegenheid daarop te reageren. Alle verdere beslissingen blijven aangehouden.
Uitkomst: De zaak wordt verwezen voor nadere stukken over loonvordering en inschaling; Trajekt heeft onvoldoende rechtvaardiging voor loonverschil gegeven.