ECLI:NL:GHSHE:2013:BZ3498
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- N.J.M. van Etten
- C.D.M. Lamers
- J.U.M. Van der Werf
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over verdeling pensioenrechten na echtscheiding en verjaring
Partijen zijn in 1967 gehuwd onder huwelijkse voorwaarden met gemeenschap van vruchten en inkomsten. Na hun echtscheiding in 1982 is een boedelscheiding overeengekomen, waarbij de vrouw stelde recht te hebben op de helft van het tijdens het huwelijk opgebouwde pensioen. De man voerde verjaring en afstand van rechten aan.
De rechtbank wees de vordering van de vrouw af wegens afstand van rechten en verjaring. In hoger beroep oordeelt het hof dat de pensioenrechten niet onderwerp van bespreking waren bij de boedelscheiding en dat de vrouw geen afstand heeft gedaan van haar pensioenrechten. De verjaringstermijn van artikel 3:306 BW Pro is niet van toepassing op de vordering tot verdeling van pensioenrechten volgens artikel 3:178 BW Pro.
De man voerde ook aan dat toewijzing van de vordering onredelijk zou zijn, maar kon zijn financiële situatie niet onderbouwen. Het hof stelt dat partijen nadere informatie moeten aanleveren over pensioenrechten, inkomen en lasten, waarna de zaak wordt voortgezet. Het arrest is gewezen door drie raadsheren en uitgesproken op 5 maart 2013.
Uitkomst: Het hof wijst het beroep op verjaring af en verwijst de zaak voor nadere informatie over pensioen en financiële situatie naar de rolzitting.