ECLI:NL:GHSHE:2013:BZ4339
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- P.C. van der Vegt
- P.J.M. Bongaarts
- J. Swinkels
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen navorderingsaanslag en heffingsrente in inkomstenbelasting 2006
Belanghebbende, woonachtig in Frankrijk, had in zijn aangifte inkomstenbelasting 2006 ten onrechte loonheffingsbedragen als verrekenbare voorheffing opgegeven, terwijl hierover geen loonheffing was geheven. Zowel voorlopige als definitieve aanslagen werden conform deze fout opgelegd, waarna de Inspecteur een navorderingsaanslag oplegde met correctie van de verrekening en heffingsrente.
Het geschil betrof de rechtmatigheid van de navorderingsaanslag en de hoogte van de heffingsrente. Het hof oordeelde dat de Inspecteur bevoegd was de navorderingsaanslag op grond van artikel 16 lid 2 AWR Pro op te leggen en dat het vertrouwensbeginsel geen vernietiging rechtvaardigde. De navorderingsaanslag bleef daarom in stand.
Wel werd geoordeeld dat de heffingsrente deels onterecht was berekend, omdat de Inspecteur bij het opleggen van de definitieve aanslag niet zorgvuldig genoeg de aangifte had beoordeeld, wat een schending van het zorgvuldigheidsbeginsel opleverde. Daarom werd de heffingsrente verminderd tot een bedrag dat alleen rente omvat over de periode vanaf de definitieve aanslag tot de navorderingsaanslag.
Het hof vernietigde het deel van de uitspraak van de rechtbank dat de heffingsrente betrof, bevestigde de rest van de uitspraak en gelastte vergoeding van het griffierecht aan belanghebbende. Het hoger beroep werd gegrond verklaard.
Uitkomst: Navorderingsaanslag blijft in stand, heffingsrente wordt verminderd wegens schending zorgvuldigheidsbeginsel.