ECLI:NL:GHSHE:2013:CA2204
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- J.Th. Begheyn
- C.W.T. Vriezen
- S.O.H. Bakkerus
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid tot vertegenwoordiging en betaling honorarium advocaat in faillissementscontext
In deze civiele procedure staat de vraag centraal of Polisol B.V. gehouden is tot betaling van honoraria aan twee advocaten, [appellant sub 1.] en [appellant sub 2.], die werkzaamheden verrichtten op grond van een vermeende volmacht namens D Group Europe N.V. en haar dochtervennootschap Polisol. De advocaten vorderden betaling van openstaande nota's, maar het hof oordeelt dat de volmacht niet toereikend was om hen namens Polisol opdracht te geven.
Feitelijk was D Freight Group B.V., de moedermaatschappij en aandeelhouder van Polisol, failliet verklaard en was de curator, [geintimeerde sub 1.], belast met het beheer van de failliete boedel, inclusief het stemrecht op de aandelen van Polisol. Hierdoor kon D Group niet rechtsgeldig als bestuurder van Polisol optreden en waren de opdrachten aan de advocaten onbevoegd gegeven.
Het hof bevestigt dat de faillissementswet de uitoefening van aandeelhoudersrechten door de curator regelt en dat de benoeming van bestuurders via de algemene vergadering van aandeelhouders moet verlopen. Omdat de advocaten geen opdracht van Polisol ontvingen, kunnen zij geen contractuele vorderingen op Polisol baseren. De vorderingen worden daarom afgewezen en het vonnis van de rechtbank Breda wordt bekrachtigd.
Daarnaast wijst het hof op het ontbreken van voldoende specificaties van de werkzaamheden door de advocaten, waardoor ook op dit punt de vorderingen niet kunnen worden toegewezen. De kosten van het hoger beroep worden aan [appellant sub 1.] en [appellant sub 2.] opgelegd.
Uitkomst: Het hof wijst de vorderingen van de advocaten af en bekrachtigt het vonnis van de rechtbank Breda.