Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg (zaaknr. 323143 \ Cv EXPL 11-6050)
2.Het geding in hoger beroep
3.De gronden van het hoger beroep
4.De beoordeling
- [appellante] is op 14 april 2008 voor bepaalde duur van één jaar in dienst getreden bij [Horeca] Horeca, exploitant van verschillende horeca-bedrijven, als medewerker uitgifte. Haar werkzaamheden bestonden uit het klaarmaken, wegbrengen en uitgeven van bestellingen. De door partijen gesloten arbeidsovereenkomst betrof een min-maxcontract waarbij 25 uur per week was gegarandeerd. Tussen partijen werd een proeftijd overeengekomen van twee maanden;
- [appellante] is op 10 mei 2008 onverwachts opgenomen in het ziekenhuis. Haar man heeft haar diezelfde dag ziek gemeld bij [Horeca] Horeca. [appellante] is vervolgens op 17 mei 2008 aan haar galblaas geopereerd. Tijdens deze ingreep werd geheel onverwacht lymfklierkanker geconstateerd bij [appellante]. Dit is op 20 mei 2008 door de arts aan [appellante] medegedeeld;
- [Horeca] Horeca heeft bij aangetekende brief van 21 mei 2008 de arbeidsovereenkomst met [appellante] in de proeftijd per direct beëindigd;
- Bij brief van 28 mei 2008 heeft de toenmalige gemachtigde van [appellante] aan [Horeca] Horeca namens [appellante] medegedeeld dat [appellante] de opzegging van de arbeidsovereenkomst niet aanvaardt op de grond dat de proeftijd van twee maanden op grond van de wet nietig is en [Horeca] Horeca verzocht het ontslag per omgaande in te trekken;
- Bij brief van 6 juni 2008 heeft [Horeca] Horeca op voornoemde brief gereageerd door te verwijzen naar artikel 4 lid 2 van Pro de CAO voor het Horeca- en aanverwante bedrijf op grond waarvan er een proeftijd kan worden overeengekomen van ten hoogste twee maanden en door voorts aan te geven dat de proeftijd gehanteerd wordt om te beoordelen of een werknemer geschikt is voor de functie waarvoor hij is aangenomen en dat wanneer een werknemer tijdens de proeftijd ziek wordt het niet mogelijk is om een gefundeerd oordeel te geven over zijn functioneren;
- [appellante] heeft op 23 maart 2011 een klacht ingediend bij de Commissie Gelijke Behandeling te Utrecht. De Commissie Gelijke Behandeling heeft op 17 augustus 2011 geoordeeld dat [Horeca] Horeca verboden onderscheid op grond van handicap of chronische ziekte heeft gemaakt door de arbeidsverhouding met [appellante] te beëindigen.