ECLI:NL:GHSHE:2014:1614
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep loonvordering en arbeidsongeschiktheid na einde dienstverband bij Rabobank
De zaak betreft een hoger beroep van een werknemer tegen Rabobank over niet-betaald loon en compensatie wegens vervallen personeelscondities na beëindiging van het dienstverband.
De werknemer was van 1996 tot 2006 in dienst en meldde zich ziek na boventalligheid. Rabobank stopte de loonbetaling per 7 januari 2005 omdat zij meende dat de werknemer niet arbeidsongeschikt was. De werknemer overlegde een deskundigenoordeel van het UWV dat haar arbeidsongeschiktheid per 10 januari 2005 bevestigde.
Het hof oordeelde dat de werknemer vanaf 10 januari 2005 arbeidsongeschikt was en veroordeelde Rabobank tot betaling van loon over de periode 7 januari tot 19 juli 2005, vermeerderd met wettelijke rente en een gematigde wettelijke verhoging. De overige vorderingen, waaronder compensatie voor vervallen personeelscondities en uitbetaling van vakantiedagen, werden afgewezen wegens onvoldoende bewijs of reeds voldaan.
De proceskosten in eerste aanleg en hoger beroep werden gecompenseerd. Het arrest is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Rabobank wordt veroordeeld tot betaling van loon over 7 januari tot 19 juli 2005 met rente en wettelijke verhoging; overige vorderingen worden afgewezen.