In deze civiele procedure gaat het om geschillen tussen vennoten na ontbinding van een vennootschap onder firma (vof) per 30 november 2008. De appellant, voormalig vennoot, werd geconfronteerd met beslaglegging door geïntimeerden en stelde onder meer verrekening van voorschotten op winstuitkeringen met het negatieve kapitaal van de andere vennoot.
Het hof oordeelt dat voorschotten die na 5 oktober 2004 zijn gedaan onder het beslag vielen en dat verrekening door appellant jegens geïntimeerden niet mogelijk is. De vennootschapsovereenkomst en jaarrekeningen tonen een negatief vennootschapsaandeel van €319.860 per datum ontbinding, en een verlies van €247.394 in 2008. Voorschotten van in totaal €169.450 moeten worden terugbetaald aan geïntimeerden.
Verder is vastgesteld dat stille reserves van onroerende zaken reeds zijn meegenomen in de waardering van het vennootschapsaandeel, zodat dit niet leidt tot een positief saldo. Het hof vernietigt de vonnissen waarvan beroep voor zover gewezen in conventie, veroordeelt appellant tot betaling van het genoemde bedrag met rente en proceskosten, en compenseert de kosten van hoger beroep.