ECLI:NL:HR:2003:AM2625
Hoge Raad
- Cassatie
- R. Herrmann
- O. de Savornin Lohman
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- A. Hammerstein
- F.B. Bakels
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt niet-ontvankelijkheid hoger beroep en toepassing derdenbeding in huurzaken
De zaak betreft een geschil over de ontvankelijkheid van hoger beroep en de kwalificatie van een gebruiksrecht op een vliering. Het hof had geoordeeld dat het vonnis van 13 maart 2001 in kracht van gewijsde was gegaan en dat het vonnis van 22 maart 2001 een nieuw vonnis betrof waarop hoger beroep mogelijk was. De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en verwierp het verweer dat het tweede vonnis geen rechtskracht zou hebben vanwege het gesloten stelsel van rechtsmiddelen.
Daarnaast oordeelde het hof dat tussen betrokkene 1 en betrokkene 2 in 1986 was overeengekomen dat eiser het achtergedeelte van de vliering mocht gebruiken, zonder dat sprake was van een huurovereenkomst tussen betrokkene 1 en eiser. Dit gebruiksrecht kwalificeerde het hof als een derdenbeding op grond van artikel 6:253 lid 1 BW Pro, waardoor het een persoonlijk recht is dat eiser niet tegen verweerder kan inroepen, omdat verweerder geen partij is geworden bij de overeenkomst.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en veroordeelde eiser in de kosten van het geding in cassatie. Het arrest werd gewezen door de vice-president en vier raadsheren en in het openbaar uitgesproken op 24 oktober 2003.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de ontvankelijkheid van het hoger beroep en de kwalificatie van het gebruiksrecht als derdenbeding.