Uitspraak
GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
- de heer [appellant 1];
- mevrouw [appellante 2];
- mr. Noelmans, advocaat van [appellanten c.s.];
- de heer [secretaris van de VvE], secretaris van de VvE;
- mr. Van Vugt, advocaat van de VvE;
- mevrouw [belanghebbende 2];
- de heer [zoon van belanghebbende 1], zoon van de heer [belanghebbende 1];
- mr. T.Q. de Booys, advocaat van [belanghebbenden in appel, tevens incidenteel appellanten c.s.]
- de brief van 21 januari 2014 van mr. Noelmans met vijf bijlagen, waaronder het proces-verbaal van de mondelinge behandeling in eerste aanleg d.d. 11 november 2013;
- de brief van 6 juni 2014 van [lid van de VvE], lid van de VvE, door middel waarvan [lid van de VvE] de griffie van het gerechtshof onder meer te kennen geeft wegens een vakantie in het buitenland verhinderd te zijn de mondelinge behandeling in hoger beroep (in persoon) bij te wonen;
- het indieningsformulier van 12 juni 2014 met drie producties, ingediend door mr. Noelmans; uit dit indieningsformulier blijkt tevens dat de heer [belanghebbende 1] wegens zijn gezondheidstoestand verhinderd is de mondelinge behandeling in hoger beroep (in persoon) bij te wonen, maar dat hij zich door zijn zoon laat vertegenwoordigen;
- het indieningsformulier van 16 juni 2014 met één bijlage, ingediend door mr. De Booys;
- de ter zitting in hoger beroep door mr. Noelman overgelegde pleitaantekeningen, voor zover voorgedragen;
- de ter zitting in hoger beroep door mr. De Booys (voorgedragen en) overgelegde pleitaantekeningen.