Uitspraak
GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
- de vrouw, bijgestaan door mr. D.J.P.H. Stoelhorst;
- de man, bijgestaan door mr. Brech en mr. L.H.M. Zonnenberg;
- de processen-verbaal van de mondelinge behandeling in eerste aanleg op 2 december 2008, 29 april 2010 en 17 januari 2011;
- de brief van mr. Van der Ven d.d. 25 november 2013, waarin mr. Stoelhorst als behandelend advocaat van de vrouw wordt geïntroduceerd;
- de brief met bijlagen (producties 22 t/m 33) van de advocaat van de vrouw d.d. 29 november 2013;
- de brief van mr. Brech d.d. 2 december 2013, waarin mr. L.H.M. Zonnenberg – als (mede) behandelend advocaat van de man – wordt geïntroduceerd;
- de brief met bijlage van mr. Zonnenberg d.d. 3 december 2013;
- de ter zitting door mr. Brech en mr. Zonnenberg overgelegde pleitnotities.
3.De beoordeling
(grieven 1 t/m 4 van de vrouw);
(grieven 6 en 7 van de vrouw)
grieven 8, 9 en 10 van de vrouw)
grief 1 van de man).
Het in de verrekening betrekken van het vermogen van de stichting. Grieven 1 t/m 4 van de vrouw.