Uitspraak
GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.De beoordeling
4.De uitspraak
25 maart 2015, PRO FORMA;
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
De zaak betreft het hoger beroep van [appellante] tegen het vonnis van de rechtbank Limburg, waarin werd vastgesteld dat zij toerekenbaar tekortgeschoten is in de nakoming van haar verplichtingen uit de schuldsaneringsregeling, met name de sollicitatieplicht.
De rechtbank had de regeling beëindigd zonder toepassing van artikel 354 lid 2 Faillissementswet Pro, waardoor geen schone lei werd verleend. [Appellante] betwistte dit en voerde aan dat zij ook na mei 2014 voldeed aan haar sollicitatieverplichting, vrijwilligerswerk verrichtte en als bezorgster werkte. Zij stelde bovendien niet correct te zijn opgeroepen voor de eindzitting.
De bewindvoerder stelde dat ondanks eerdere waarschuwingen en verhoren [appellante] gedurende vrijwel de gehele looptijd onvoldoende sollicitaties had verricht en dat betaald werk voorrang heeft boven vrijwilligerswerk. Ook wees de bewindvoerder op het nalatig handelen van [appellante] bij het niet verschijnen op de eindzitting.
Het hof overwoog dat indien verlenging van de regeling mogelijk zou zijn, dit aan te bevelen zou zijn om alsnog aan de sollicitatieverplichting te voldoen. Echter is het onduidelijk of verlenging na afloop van de wettelijke termijn nog mogelijk is. Daarom heeft het hof de zaak aangehouden in afwachting van een prejudiciële beslissing van de Hoge Raad over deze vraag.
Het hof benadrukte dat [appellante] in de tussenliggende periode onverkort aan alle verplichtingen moet voldoen en zal na ontvangst van de uitspraak van de Hoge Raad verdere beslissingen nemen.
Uitkomst: Het hof houdt de zaak aan in afwachting van een prejudiciële beslissing van de Hoge Raad over de mogelijkheid van verlenging van de schuldsaneringsregeling.