Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.[geïntimeerde 1],wonende te [woonplaats],
[geïntimeerde 2],wonende te [woonplaats],
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
In deze civiele zaak stond de uitleg van een koop-/aannemingsovereenkomst centraal, waarbij de vraag was of de externe berging in het naastgelegen gebouw eigendom van de kopers, [geïntimeerde 1] en [geïntimeerde 2], moest worden overgedragen. De rechtbank oordeelde dat de koopovereenkomst mede de eigendom van de berging omvatte en dat Volksbelang tekort was geschoten door de overdracht te weigeren, waardoor de kopers de overeenkomst rechtsgeldig konden ontbinden en aanspraak maakten op een contractuele boete.
Volksbelang stelde in hoger beroep dat slechts een persoonlijk gebruiksrecht op de berging was overeengekomen en dat zij niet in verzuim was geraakt, waardoor ontbinding niet gerechtvaardigd was. Het hof verwierp deze grieven en bevestigde dat de kopers op grond van de verkoopbrochure, advertenties en het huishoudelijk reglement mochten verwachten dat de berging in eigendom zou worden geleverd. Het ontbreken van een expliciet voorbehoud en het feit dat voor de parkeerplaats wel een huurconstructie gold, versterkten dit oordeel.
Het hof oordeelde dat Volksbelang door het niet leveren van de berging in eigendom in verzuim was geraakt en dat de ontbinding rechtsgeldig was ingeroepen. Ook de matiging van de contractuele boete werd afgewezen vanwege de ernst van de tekortkoming en de gebruikelijkheid van de boete in dergelijke gevallen. Het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank en veroordeelde Volksbelang in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis dat de koopovereenkomst rechtsgeldig is ontbonden en bevestigt de verbeuring van de contractuele boete van 10% van de koopsom.