Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
5 Het verloop van de procedure
6.De gronden van het hoger beroep
7.De beoordeling
“psychische klachten op basis van conflict op het werk (+intra persoonlijk)”. Na een re-integratie traject en kennelijk ook mediation is de situatie op het werk verbeterd, waarna [appellante] haar werkzaamheden voor hele dagen heeft hervat.
werkneemster werkt niet en geeft ook aan niet meer terug te kunnen’). Uit de overgelegde rapportages blijkt voorts dat de het door Lindeboom ingediende verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst na advies daartoe van de bedrijfsarts is ingediend. Dat verzoek is afgewezen bij beschikking van de kantonrechter van 23 mei 2011. Daarbij heeft de kantonrechter overwogen dat een re-integratie bij een ander bedrijf mogelijk aan de orde is. Lindeboom heeft vervolgens aan haar verplichtingen gericht op een re-integratie in het tweede spoor voldaan. Gelet op het voorgaande en gelet op het tijdsverloop tussen de beschikking van de kantonrechter (23 mei 2011) en de datum van de ontslagvergunning (13 april 2012), is niet gebleken dat de arbeidsongeschiktheid van [appellante] verband houdt met het ingediende ontbindingsverzoek. Hetzelfde geldt voor de beweerdelijk gedane mededeling van [leidinggevende 1] tijdens de kraamvisite in 2010. Het bewijsaanbod van [appellante] over die mededeling zal het hof derhalve als niet relevant passeren.