Uitspraak
GERECHTSHOF ‘s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
- de heer [appellant 1] ;
- de heer [appellant 2] ;
- mr. Saes, advocaat van [appellanten] ;
- mevrouw [kredietbeoordelaar] , kredietbeoordelaar zakelijk bij Rabobank [regio] ;
- de heer [accountmanager bijzonder beheer] , accountmanager bijzonder beheer bij Rabobank Nederland;
- de heer mr. [adjunct directeur juridische zaken] , adjunct directeur juridische zaken bij Rabobank Nederland;
- mr. Brenninkmeijer, advocaat van de Rabobank.
3.De beoordeling
- de complete dossiers van [appellanten] ;
- kopie van bankovereenkomsten en algemene bankvoorwaarden;
- cliëntenprofielen;
- inventarisatie van kredietwaardigheid;
- bandopnamen van gevoerde telefoongesprekken;
- schriftelijke uitwerkingen van gevoerde telefoongesprekken;
- interne fiatteringsstukken, waaronder ook te verstaan fiatteringen door de kredietcommissie en/of andere personen binnen de bank, en dergelijke;
- bankafschriften en -overzichten;
- en alle overige documenten en informatie die op [appellanten] van toepassing zijn.
“De stukken die betrekking hebben op interne
4.De beslissing
PRO FORMA 21 augustus 2014.