Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2016:508

Hoge Raad

Datum uitspraak
25 maart 2016
Publicatiedatum
25 maart 2016
Zaaknummer
15/01156
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROArt. 35 Wbp
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt afwijzing inzageverzoek persoonsgegevens bij bank

In deze zaak hebben verzoekers bij Rabobank een verzoek ingediend tot inzage van hun persoonsgegevens. Rabobank weigerde dit verzoek op grond van de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp), met als argument dat het verzoek te onbepaald was.

De rechtbank Limburg en het gerechtshof 's-Hertogenbosch hebben eerder de weigering van Rabobank bevestigd. Verzoekers stelden beroep in cassatie in tegen deze uitspraken. De Advocaat-Generaal adviseerde het cassatieberoep te verwerpen.

De Hoge Raad oordeelt dat de klachten van verzoekers niet leiden tot cassatie en dat het verzoek te onbepaald is om tot inzage te leiden. De Hoge Raad bevestigt daarmee de eerdere beslissingen en veroordeelt verzoekers in de kosten van het geding.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en verzoekers worden in de proceskosten veroordeeld.

Uitspraak

25 maart 2016
Eerste Kamer
15/01156
LZ/TT
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
1. [verzoeker 1],
wonende te [woonplaats],
2. [verzoeker 2],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKERS tot cassatie,
advocaat: mr. K. Aantjes,
t e g e n
1. COÖPERATIEVE RABOBANK WEERTERLAND EN CRANENDONCK U.A.,
gevestigd te Weert,
2. COÖPERATIEVE CENTRALE RAIFFEISEN-BOERENLEENBANK B.A.,
gevestigd te Utrecht,
VERWEERSTERS in cassatie,
advocaat: mr. J. de Bie Leuveling Tjeenk.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [verzoeker] c.s. en Rabobank.

1.Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de beschikking in de zaak C/04/118985 /HA RK 12-147 en C/04/118986/HA RK 12-148 van de rechtbank Limburg van 28 augustus 2013;
b. de beschikkingen in de zaak HV 200.138.190/01 van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 20 februari 2014 en 11 december 2014.
De beschikkingen van het hof zijn aan deze de beschikking gehecht.

2.Het geding in cassatie

Tegen de beschikking van het hof van 11 december 2014 hebben [verzoeker] c.s. beroep in cassatie ingesteld.
Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
Rabobank heeft verzocht het beroep te verwerpen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Wuisman strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [verzoeker] c.s. heeft bij brief van 29 januari 2016 op die conclusie gereageerd.

3.Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [verzoeker] c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Rabobank begroot op € 845,07 aan verschotten en € 1.800,-- voor salaris.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, C.A. Streefkerk en G. Snijders, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op
25 maart 2016.