Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.De beoordeling
4.De uitspraak
22 april 2017;
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Appellante was onder bewind gesteld en had een schuldsaneringsregeling opgelegd gekregen. De rechtbank beëindigde deze regeling tussentijds wegens onvoldoende nakoming van kernverplichtingen zoals de sollicitatie- en informatieplicht. Appellante had vanaf september 2013 nauwelijks aanvullend gesolliciteerd en voldeed niet aan de spontane informatieplicht, ondanks waarschuwingen.
In hoger beroep voerde appellante aan dat zij zich wel had ingespannen, maar zich niet bewust was van de exacte regels en dat zij niet de intentie had de regeling te frustreren. Zij had inmiddels een aanvullende baan gevonden en toonde verbetering in haar sollicitatie-inspanningen. De bewindvoerder bevestigde dat de eigen informatieplicht door appellante niet was nageleefd.
Het hof oordeelde dat appellante verwijtbaar tekort was geschoten, maar zag ook de positieve ontwikkelingen en wilde de regeling niet vroegtijdig beëindigen vanwege de verstrekkende gevolgen daarvan. Daarom verlengde het hof de schuldsaneringsregeling met één jaar en gaf appellante een laatste kans om aan haar verplichtingen te voldoen, met het dringende advies hulp te zoeken om terugval te voorkomen.
Uitkomst: Het hof verlengt de schuldsaneringsregeling met één jaar en wijst het verzoek tot tussentijdse beëindiging af.