Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Hanos-ISPC [plaats] BV,gevestigd te [vestigingsplaats 2],
GOG [vestigingsplaats 3] BV,gevestigd te [vestigingsplaats 3],
1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnr. 590643/CV/10-1810)
2.Het geding in hoger beroep
3.De gronden van het hoger beroep
4.De beoordeling
a. het bedrijf van het kopen en verkopen aan wederverkopers van kruidenierswaren (groothandel in kruidenierswaren) in de zin van artikel 2 lid Pro 2*, van het Instellingsbesluit Bedrijfschap Groothandel in Kruidenierswaren, zoals dit besluit luidde op 30 november 1964;
Onder groothandel in levensmiddelen gericht op de binnen- en buitenhuishoudelijke markt wordt verstaan de onderneming:
producten, namelijk
levensmiddelen gericht op de binnen- en buitenhuishoudelijke markt. Het gaat hier dus om levensmiddelen en wel levensmiddelen
voorde binnen- en buitenhuishoudelijke markt. Met het woord “voor” is bedoeld: “gericht op”. Het woord “voor” in combinatie met de binnen- en buitenhuishoudelijke markt wordt gebruikt in de nadere definitie van deze groothandel in levensmiddelen. Van een groothandel gericht op de binnen- en buitenhuishoudelijke markt is sprake bij het voeren van producten voor die markten. Hiermee is de aard van het product neergezet. Er is tot uitdrukking gebracht dat het om de huishoudelijke markt gaat. De omschrijving maakt duidelijk dat het product voor de binnen- en buitenhuishoudelijke markt moet zijn bestemd en dat is bij de food-producten van ISPC altijd het geval. Het product is hetzelfde of de afnemer nu een retailonderneming of horeca is. Dat hier het woord
enstaat in verbinding tot de binnen- en buitenhuishoudelijke markt, is logisch, omdat er geen levensmiddelen zijn voor de binnen- of de buitenhuishoudelijke markt. Het a-criterium betreft het product.
enbuitenhuishoudelijke markt.