Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2015:3550

Hoge Raad

Datum uitspraak
11 december 2015
Publicatiedatum
10 december 2015
Zaaknummer
14/03318
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt werkingssfeer verplichtstelling bedrijfstakpensioenfonds groothandel levensmiddelen

In deze zaak stond de vraag centraal of de verplichtstelling tot deelneming in het bedrijfstakpensioenfonds voor de groothandel in levensmiddelen van toepassing is op ISPC Breda. De stichting Bpf GIL, als eiseres, had in eerdere instanties gelijk gekregen, maar het gerechtshof ’s-Hertogenbosch bepaalde anders. Tegen dat arrest stelde Bpf GIL cassatie in bij de Hoge Raad.

De Hoge Raad heeft het cassatieberoep van Bpf GIL verworpen. De klachten die in het middel waren aangevoerd, leidden niet tot cassatie omdat zij geen rechtsvragen bevatten die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling. De Hoge Raad bevestigde daarmee het oordeel van het hof over de werkingssfeer van de verplichtstelling.

Daarnaast werd Bpf GIL veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding, inclusief wettelijke rente over deze kosten indien niet tijdig voldaan. De uitspraak werd gedaan door de vice-president en vier raadsheren, en in het openbaar uitgesproken door raadsheer G. de Groot.

Uitkomst: Het cassatieberoep van Bpf GIL wordt verworpen en het arrest van het hof bevestigd.

Uitspraak

11 december 2015
Eerste Kamer
14/03318
LZ/EE
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
De stichting STICHTING BEDRIJFSTAKPENSIOENFONDS VOOR DE GROOTHANDEL IN LEVENSMIDDELEN,
gevestigd te Heerlen,
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. A.H.M. van den Steenhoven,
t e g e n
1. HANOS-ISPC BREDA B.V.,
gevestigd te Apeldoorn,
2. GOG BREDA B.V.,
gevestigd te Breda,
VERWEERSTERS in cassatie,
advocaat: mr. N.T. Dempsey.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als Bpf GIL en ISPC (gezamenlijk in enkelvoud).

1.Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak 590643/CV/10-1810 van de kantonrechter te Breda van 2 maart 2011, 1 juni 2011 en 12 juni 2013;
b. het arrest in de zaak HD 200.130.603/01 van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 25 maart 2014.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2.Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft Bpf GIL beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
ISPC heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep en vordert wettelijke rente over de toe te wijzen proceskosten.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L.A.D. Keus strekt tot verwerping.
De advocaat van Bpf GIL heeft bij brief van 22 oktober 2015 op die conclusie gereageerd.

3.Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt Bpf GIL in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van ISPC begroot op € 6.467,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien Bpf GIL deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.
Dit arrest is gewezen door de vice-president F.B. Bakels als voorzitter en de raadsheren C.A. Streefkerk, G. Snijders, G. de Groot en T.H. Tanja-van den Broek, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op
11 december 2015.