Uitspraak
GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH
1.[appellante 1],
[appellante 2],
[appellante 3],
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
- [appellante 1];
- [appellante 3];
- mr. Van Os, advocaat van [appellanten c.s.];
- mr. J. Matthijssen, kantoorgenote van mr. Van Os;
- de heer [(middelijk) bestuurder van Thebe], (middellijk) bestuurder van Thebe;
- mr. Andringa, advocaat van Thebe;
- T. van den Berg, kantoorgenote van mr. Andringa;
- mrs. L.B.A. van Logtestijn en K.E.H. de Klerk (hierna: de curatoren).
- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling in eerste aanleg van het verzetschrift van 9 januari 2015;
- het indieningsformulier van mr. Matthijssen d.d. 23 februari 2015 met bijlagen, zijnde het proces-verbaal van de mondelinge behandeling in eerste aanleg van het verzetschrift van 9 januari 2015 en correspondentie betrekking hebbend op dat proces-verbaal;
- het indieningsformulier namens mr. Andringa d.d. 27 februari 2015 met bijlagen (producties 1 tot en met 6);
- het indieningsformulier namens mr. Andringa d.d. 4 maart 2015 met bijlage (productie 7);
- het indieningsformulier van mr. Matthijssen d.d. 5 maart 2015 met bijlage;
- het faxbericht van mr. Van Logtestijn d.d. 5 maart 2015;
3.De beoordeling
de bedrijfsactiviteiten van de onderneming worden voortgezet door de bestuurders of verwante rechtspersonen of er op andere wijze nauwe banden zijn tussen de verkrijger en de vervreemder”, met als doel de werknemers hun arbeidsrechtelijke bescherming te onthouden. Ook hiervan is geen sprake.