Uitspraak
Afdeling strafrecht
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof
's-Hertogenbosch
[verdachte],
hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 28 december 2010 tot en met 13 januari 2011 te Helmond en/of elders in Nederland,
hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 14 november 2010 tot en met 28 april 2011 te Eindhoven en/of Helmond en/of Etten-Leur en/of Tilburg en/of elders in Nederland,
hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 18 augustus 2010 tot en met 31 oktober 2010 te Eindhoven en/of Amsterdam en/of Groningen en/of elders in Nederland en/of een meerdere plaatsen in Duitsland,
hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 01 oktober 2010 tot en met 01 maart 2011 te Eindhoven en/of Helmond en/of elders in Nederland,
hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 02 januari 2011 tot en met
hij op een of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 18 augustus 2010 tot en met 8 mei 2012, te Eindhoven en/of Helmond en/of Etten-Leur en/of Tilburg en/of Amsterdam en/of Groningen en/of Gilze Rijen en/of Nijmegen en/of Rotterdam en/of een of meerdere plaatsen in Nederland en/of een of meerdere plaatsen in Duitsland,
hij op tijdstippen in de periode van 28 december 2010 tot en met 13 januari 2011 te Helmond [slachtoffer 1] door dreiging met geweld, door misleiding, door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en door misbruik van een kwetsbare positie heeft bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid of diensten, te weten het verrichten van seksuele handelingen met een derde tegen betaling
hij op tijdstippen in de periode van 14 november 2010 tot en met 28 april 2011 te Eindhoven en Helmond en Etten-Leur en Tilburg [slachtoffer 2] door geweld, door misleiding, door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en door misbruik van een kwetsbare positie heeft bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid of diensten, te weten het verrichten van seksuele handelingen met een derde tegen betaling
hij op tijdstippen in de periode van 18 augustus 2010 tot en met 15 september 2010 te Amsterdam en Groningen,
hij op tijdstippen in de periode van 01 oktober 2010 tot en met 01 maart 2011 te Eindhoven en Helmond [slachtoffer 4] door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en door misbruik van een kwetsbare positie heeft bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid of diensten, te weten het verrichten van seksuele handelingen met of voor een derde tegen betaling
hij op tijdstippen in de periode van 02 januari 2011 tot en met 9 juli 2011 te Gilze Rijen en Tilburg en Nijmegen en Amsterdam en Rotterdam, tezamen en in vereniging met een ander, [slachtoffer 5] door dwang, door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en door misbruik van een kwetsbare positie heeft bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid of diensten, te weten het verrichten van seksuele handelingen met een derde tegen betaling
hij op tijdstippen in de periode van 18 augustus 2010 tot en met 8 mei 2012 op een of meerdere plaatsen in Nederland, voorwerpen, te weten hoeveelheden (contant) geld, zijnde de inkomsten uit de prostitutiewerkzaamheden van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] en [slachtoffer 5], heeft verworven en omgezet en/of van die voorwerpen gebruik heeft gemaakt, terwijl hij wist dat bovenomschreven voorwerpen - onmiddellijk of middellijk - afkomstig waren uit enig misdrijf.
- de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komt in het hierop gestelde wettelijk strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd;
- de mate waarin [slachtoffer 1], [slachtoffer 2], [slachtoffer 3], [slachtoffer 4] en [slachtoffer 5] door het onder 1 tot en met 5 bewezen verklaarde handelen van verdachte zijn uitgebuit;
- de omstandigheid dat door het onder 1 tot en met 5 bewezen verklaarde handelen van verdachte de geestelijke integriteit en de persoonlijke vrijheid van de slachtoffers in ernstige mate zijn aangetast;
- de omstandigheid dat bij slachtoffers van mensenhandel lange tijd gevoelens van angst en onzekerheid kunnen blijven bestaan, waardoor zij ernstig kunnen worden belemmerd in hun intermenselijke relaties en hun deelname aan het maatschappelijke verkeer, waarvan ook in de onderhavige strafzaak is gebleken;
- de mate waarin verdachte tegen [slachtoffer 2], [slachtoffer 3], [slachtoffer 4] en
- de omstandigheid dat verdachte slachtoffer [slachtoffer 2] heeft laten werken zonder gebruik te maken van voorbehoedsmiddelen ter voorkoming van zwangerschap of ziektes;
- het gegeven dat verdachte kennelijk slechts heeft gehandeld met het oog op eigen financieel gewin;
- de omstandigheid dat verdachte door het onder 6 bewezen verklaarde een inbreuk heeft gemaakt op de integriteit van het financiële en economische verkeer.
- de inhoud van het verdachte betreffende uittreksel Justitiële Documentatie, waaruit blijkt dat hij eerder onherroepelijk ter zake van mensenhandel en geweldsdelicten tot gevangenisstraf is veroordeeld voor de duur van vier jaren waarvan één voorwaardelijk;
- de inhoud van het verdachte betreffende rapport van het Nederlands Instituut voor Forensische Psychiatrie en Psychologie, locatie Pieter Baan Centrum d.d.
- de overige stukken in het dossier met betrekking tot de persoon van verdachte;
- de overige persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting in hoger beroep is gebleken.
BESLISSING
gevangenisstrafvoor de duur van
8 (acht) jaren.
Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1]
€ 10.950,00 (tienduizend negenhonderdvijftig euro) bestaande uit € 8.950,00 (achtduizend negenhonderdvijftig euro) materiële schade en € 2.000,00 (tweeduizend euro) immateriële schadeen veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.
€ 10.950,00 (tienduizend negenhonderdvijftig euro) bestaande uit € 8.950,00 (achtduizend negenhonderdvijftig euro) materiële schade en € 2.000,00 (tweeduizend euro) immateriële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door
89 (negenentachtig) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.
Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2]
€ 63.675,00 (drieënzestigduizend zeshonderdvijfenzeventig euro) bestaande uit € 56.175,00 (zesenvijftigduizend honderdvijfenzeventig euro) materiële schade en € 7.500,00 (zevenduizend vijfhonderd euro) immateriële schadeen veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.
€ 63.675,00 (drieënzestigduizend zeshonderdvijfenzeventig euro) bestaande uit
330 (driehonderddertig) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.
Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 3]
€ 2.300,00 (tweeduizend driehonderd euro) ter zake van materiële schadeen veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.
€ 2.300,00 (tweeduizend driehonderd euro) als vergoeding voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door
33 (drieëndertig) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.
Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 4]
€ 10.800,00 (tienduizend achthonderd euro) bestaande uit € 7.800,00 (zevenduizend achthonderd euro) materiële schade en € 3.000,00 (drieduizend euro) immateriële schadeen veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.
€ 10.800,00 (tienduizend achthonderd euro) bestaande uit € 7.800,00 (zevenduizend achthonderd euro) materiële schade en € 3.000,00 (drieduizend euro) immateriële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door
89 (negenentachtig) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.
Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 5]
€ 1.200,00 (duizend tweehonderd euro) ter zake van materiële schadeen veroordeelt de verdachte die, evenals zijn mededader, hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, met dien verstande dat indien en voor zover de een aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan, de ander daarvan in zoverre zal zijn bevrijd, om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.
€ 1.200,00 (duizend tweehonderd euro) als vergoeding voor materiële schade,bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door
22 (tweeëntwintig) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.