Uitspraak
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof
's-Hertogenbosch
[verdachte],
hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 01 oktober 2010 tot en met 05 januari 2011 te Eindhoven en/of Amsterdam en/of Groningen en/of 's-Hertogenbosch en/of elders in Nederland en/of een of meerdere plaatsen in België,
hij in of omstreeks de periode van 01 oktober 2010 tot en met 19 juni 2012 te Eindhoven en/of een of meerdere plaatsen in Nederland, meermalen, althans eenmaal, (telkens) opzettelijk heeft verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd een hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine en/of heroïne, zijnde amfetamine en/of heroïne (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet
hij op een of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 01 oktober 2010 tot en met 19 juni 2012, te Eindhoven en/of Amsterdam en/of Groningen en/of 's-Hertogenbosch en/of een of meerdere plaatsen in Nederland en/of een of meerdere plaatsen in België,
hij op tijdstippen in de periode van 01 oktober 2010 tot en met 05 januari 2011 te Eindhoven en Amsterdam en Groningen en ’s-Hertogenbosch en in België,
hij in de periode van 8 mei 2012 tot en met 19 juni 2012 in Eindhoven, meermalen telkens opzettelijk heeft verkocht een hoeveelheid van een materiaal bevattende heroïne, zijnde heroïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I en
hij op tijdstippen in de periode van 01 oktober 2010 tot en met 19 juni 2012, op een of meerdere plaatsen in Nederland en/of België,
- in het najaar van 2010 is aangeefster in contact gekomen met verdachte en is zij verliefd op hem geworden;
- de eerste paar weken van de relatie zagen ze elkaar bijna elke dag en nam hij haar overal mee naar toe, aangeefster had het gevoel dat zij verdachtes prinsesje was en dat zij een relatie hadden;
- aangeefster bevond zich in een kwetsbare positie en heeft verdachte op de hoogte gesteld van de slechte dingen die in haar leven waren gebeurd en dat zij als prostituee had gewerkt;
- aangeefster is samen met verdachte naar een tatoeage shop gegaan en heeft de naam van verdachte in het Arabisch in haar nek laten tatoeëren, waarop verdachte haar heeft medegedeeld dat iedere jongen die met haar naar bed zou gaan zou weten dat zij van hem was;
- na een paar weken begon verdachte te veranderen;
- aangeefster merkte dat verdachte erop uit was dat zij in de prostitutie zou gaan werken;
- aangeefster heeft toen uit zich zelf maar voorgesteld om in de prostitutie te gaan werken, verdachte zei dat hij dan meer respect voor haar zou hebben als zij werkte en aangeefster meende dat zij verdachte zo aan zich kon binden;
- aangeefster heeft in Antwerpen, Amsterdam, Groningen, ’s-Hertogenbosch en Eindhoven prostitutiewerkzaamheden verricht;
- verdachte heeft die werkzaamheden gefaciliteerd en aangeefster met de auto vervoerd;
- verdachte maakte de regels, zij mocht geen contact met andere mannen of vrouwen hebben;
- aangeefster moest met een speciale telefoon via lege sms’jes laten weten of ze een klant had;
- de werktijden werden door verdachte bepaald, ze moest toestemming vragen om eerder naar huis te mogen gaan, wat geregeld werd geweigerd door verdachte;
- van het begin af aan van de werkzaamheden is het verdiende geld nagenoeg geheel aan verdachte afgedragen;
- verdachte ging haar in de loop van de relatie steeds meer negeren, bijvoorbeeld als zij te weinig geld verdiende en heeft haar na een ruzie zonder geld in Antwerpen achter gelaten;
- aangeefster is een periode dakloos geraakt omdat zij door haar stiefvader uit huis was gezet;
- zij heeft toen bij een meisje in ’s-Hertogenbosch verbleven, genaamd [L.];
- zij is toen bij [sexclub] gaan werken, waar zij geld moest lenen van de eigenaar, [getuige 4], om huur te kunnen betalen;
- aan het eind van 2010 heeft zij eigen woonruimte in Eindhoven gevonden, in een huis bij een bekende [T.], aan wie ze heeft verteld dat hij niet tegen verdachte mocht zeggen dat hij haar kende omdat zij anders ruzie met verdachte zou krijgen;
- ook in die woning heeft aangeefster klanten ontvangen waarop verdachte het geld kwam ophalen;
- vlak nadat aangeefster contact kreeg met de politie heeft verdachte de relatie beëindigd.
- de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komt in het hierop gestelde wettelijk strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd;
- de mate waarin [slachtoffer] door het onder 1 bewezen verklaarde handelen van verdachte is uitgebuit;
- de omstandigheid dat door het onder 1 bewezen verklaarde handelen van verdachte de geestelijke integriteit en de persoonlijke vrijheid van het slachtoffer zijn aangetast;
- de omstandigheid dat bij slachtoffers van mensenhandel gevoelens van angst en onzekerheid kunnen blijven bestaan, waardoor zij ernstig kunnen worden belemmerd in hun intermenselijke relaties en hun deelname aan het maatschappelijke verkeer;
- de omstandigheid dat harddrugs als bij het onder 2 bewezen verklaarde, eenmaal in handen van gebruikers, grote gevaren voor de gezondheid van die gebruikers opleveren, terwijl die gebruikers hun verslaving vaak door diefstal of ander crimineel handelen trachten te bekostigen, waardoor aan de samenleving ernstige schade berokkend wordt;
- het gegeven dat verdachte kennelijk slechts heeft gehandeld met het oog op eigen financieel gewin.
- de inhoud van het verdachte betreffende reclasseringsadvies van Reclassering Nederland d.d. 27 september 2012, opgemaakt door [naam], reclasseringswerker;
- de overige persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting in hoger beroep is gebleken.
BESLISSING
nietstrafbaar en ontslaat de verdachte te dier zake van alle rechtsvervolging.
gevangenisstrafvoor de duur van
14 (veertien) maanden.
€ 10.000,00 (tienduizend euro) ter zake van materiële schadeen veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.
€ 10.000,00 (tienduizend euro) als vergoeding voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door
85 (vijfentachtig) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.