Uitspraak
1.Geding in cassatie
3.Beoordeling van het eerste middel
4.Slotsom
5.Beslissing
S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
26 juni 2018.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep van verdachte tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch in een mensenhandelzaak, waarin verdachte werd veroordeeld voor het bewegen van een slachtoffer zich beschikbaar te stellen voor prostitutie. De advocaat-generaal concludeerde tot vernietiging van het arrest, maar alleen wat betreft de strafduur.
De Hoge Raad beoordeelde twee middelen: het tweede middel werd verworpen zonder nadere motivering, het eerste middel betrof de overschrijding van de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro. De Hoge Raad achtte dit middel gegrond en vond dat de strafvermindering van twee maanden gerechtvaardigd was omdat de uitspraak meer dan 36 maanden na het instellen van het cassatieberoep werd gedaan.
De Hoge Raad vernietigde het arrest van het hof uitsluitend voor wat betreft de duur van de gevangenisstraf en verminderde deze van veertien naar twaalf maanden. Het beroep werd voor het overige verworpen. Hiermee werd voldaan aan het vereiste van een redelijke procesduur in cassatie.
Uitkomst: De gevangenisstraf wordt verminderd van veertien naar twaalf maanden wegens overschrijding van de redelijke termijn.