Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
3.Geschil, alsmede standpunten en conclusies van partijen
4.Gronden
5.Beslissing
bevestigtde uitspraak van de Rechtbank.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Belanghebbende kocht in 2009 een personenauto uit 1978, die destijds onder het regime viel waarbij motorrijtuigen van 25 jaar of ouder vrijgesteld waren van motorrijtuigenbelasting. Per 1 januari 2014 werd de vrijstelling gewijzigd naar voertuigen van 40 jaar of ouder. De Inspecteur stuurde in december 2013 een brief waarin werd meegedeeld dat belanghebbende vanaf 2014 weer belasting verschuldigd zou zijn, met verwijzing naar een overgangsregeling.
Belanghebbende maakte bezwaar tegen deze brief, maar de Inspecteur verklaarde dit bezwaar niet-ontvankelijk omdat de brief geen belastingaanslag of voor bezwaar vatbare beschikking was. De Rechtbank verklaarde het bezwaar eveneens niet-ontvankelijk en belanghebbende ging in hoger beroep.
Het Hof oordeelt dat de brief slechts een informatieve mededeling is over een voorgenomen wetswijziging en geen besluit als bedoeld in artikel 26 AWR Pro. Het bezwaar is daarom niet-ontvankelijk. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de Rechtbank bevestigd. Het Hof ziet geen aanleiding voor een veroordeling in proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het bezwaar tegen de informatieve brief is niet-ontvankelijk.