Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
’s-Hertogenbosch.
’s-Hertogenbosch heeft Rechtbank Zeeland-West-Brabant het beroep in behandeling genomen. Rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft zich vervolgens bij uitspraak van 18 juli 2013, AWB 13/789, ECLI:NL:RBZWB:2013:5424 onbevoegd verklaard en de griffier gelast het door belanghebbende betaalde griffierecht terug te betalen.
3.Geschil, alsmede standpunten en conclusies van partijen
4.Gronden
’s-Hertogenbosch in de eerste plaats bevoegd was. Anderzijds volgt uit hetgeen onder 4.3 is overwogen ook, dat het door de staatssecretaris van Financiën in zijn beslissing op bezwaar van 16 december 2011 vermelde rechtsmiddel onjuist is. In zoverre in dat rechtsmiddel belanghebbende is voorgespiegeld dat Rechtbank Breda bevoegd was en hij bij die rechtbank beroep kon indienen is hij door de staatssecretaris van Financiën op het verkeerde been gezet.
’s-Hertogenbosch is de Advocaat-Generaal door de strafrechter ook verzocht stukken inzake de voorfase van het opsporingsonderzoek aan het strafdossier toe te voegen en heeft belanghebbende van de wel overgelegde stukken kennis kunnen nemen en zich daartegen kunnen verweren. Welke stukken precies aan een strafdossier zijn toegevoegd is normaliter evenwel niet met zekerheid vast te stellen, omdat de bewijsmiddelen niet plegen te worden gepubliceerd. Deze zijn ook in het onderhavige geval niet gepubliceerd, zodat ongewis is welke stukken precies aan de strafrechter zijn voorgelegd.
zoals dat door [B] is gebruikt bij de aanhouding.
5.Beslissing
- vernietigtde uitspraak van de Rechtbank;
- verklaartde Rechtbank onbevoegd;
- bepaaltop de voet van artikel 8:71 van Pro de Awb dat uitsluitend een vordering kan worden ingesteld bij de burgerlijke rechter; en
- bepaaltdat de staatssecretaris van Financiën aan belanghebbende het in beroep en in hoger beroep betaalde griffierecht van, in totaal, € 160 terugbetaalt.