Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
3.Geschil, alsmede standpunten en conclusies van partijen
4.Gronden
-/- € 48.964 -/- € 47.565
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Belanghebbende is eigenaar van een vrijstaande woning met bijgebouwen en een groot perceel waarop ernstige bodem- en grondwaterverontreiniging is vastgesteld. Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant hebben bepaald dat sanering niet spoedeisend is en dat monitoring de saneringsmaatregel vormt, waarbij sanering op overheidskosten zal plaatsvinden.
De Heffingsambtenaar heeft de waarde van de onroerende zaak vastgesteld op respectievelijk € 378.000 en € 367.000 voor de waardepeildata 1 januari 2010 en 1 januari 2011, met correcties voor ligging, asbest in het wegdek en bodemverontreiniging. Belanghebbende betwist deze waardering en stelt dat de woning vanwege de onzekerheid over sanering onverkoopbaar is en daarom nihil waard zou zijn.
Het hof oordeelt dat de woning niet onverkoopbaar is en dat de kans op sanering, hoe gering ook, reeds is meegenomen in de waardecorrectie. De gebruikte referentieobjecten zijn voldoende vergelijkbaar en de taxatierapporten onderbouwen de waardering. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Ten aanzien van het griffierecht en proceskosten wordt geen vergoeding toegekend. De uitspraak is gedaan door het hof te 's-Hertogenbosch op 7 mei 2015.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de waardebepaling van de onroerende zaak bevestigd.